De klimaatcrisis en een opgewarmde stad

Langdurige en zware regenval, temperaturen van 38 graden, extreme droogte: Amsterdam voelt de klimaatcrisis. En Amsterdammers merken overstromingen, hittestress, slechte nachtrust, schade aan groen en huizen. Over de wereld achter een opgewarmde stad.

De coronacrisis is al vrij ingewikkeld, de klimaatcrisis is nog complexer: een combinatie van fossiele brandstoffen, groeiende bevolking, grootschalige ontbossing en landbouw, en een economisch systeem dat op groei gebaseerd is. De opwarming van de aarde wordt vooral veroorzaakt door de CO2-uitstoot van vooral fossiele brandstoffen. Ondanks de coronacrisis – met minder verkeer en luchtvaart – blijken we inmiddels op weg te zijn naar ruim 3˚C opwarming aan het eind van de 21e eeuw. Het klimaatakkoord van Parijs had maximaal 2,1˚C voor ogen.

Fossiel gestook

De fossiele industrie krijgt veel belastingvoordelen, overheidsgaranties en subsidies. In Nederland steunt de overheid de fossiele industrie jaarlijks met minstens 8,3 miljard euro. Wereldwijd wil de fossiele sector de komende vijf jaar nog 1,4 biljoen dollar investeren in nieuwe olie- en gasprojecten. Met een uitstoot van 148 gigaton CO2.

Steden bezetten slechts twee procent van de landmassa van de wereld. Maar ze verbruiken meer dan tweederde van ‘s werelds energie en zijn verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot (International Energy Agency). Nederland is het minst duurzaam van de hele Europese Unie: in 2018 kwam 7,4 procent van de gebruikte energie in Nederland uit hernieuwbare bronnen, ver onder het Europese gemiddelde van 18 procent (Eurostat).

Armen lopen meer risico

De klimaatcrisis vertaalt zich ook in zogeheten sociale kosten (social cost of climate change, SCC). Het aantal sterfgevallen neemt in hete perioden toe, net als gezondheidskosten door slechtere luchtkwaliteit of hittestress. Ongelijkheid wordt ook zichtbaar in hittestress: mensen in een slechte sociaaleconomische positie – zoals dak- en thuislozen, ongedocumenteerden, mensen in armoede of met hoge schulden – lopen meer risico, hun gezondheid is vaak kwetsbaarder.

Wereldwijd zijn rijken vervuilender dan arme mensen. De rijkste 1 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor meer dan twee keer zoveel CO2-uitstoot als de 3,1 miljard armste mensen (gemeten tussen 1990 en 2015, waarin de wereldwijde jaarlijkse CO2-uitstoot steeg met 60 procent; onderzoek van Oxfam).

Winst heeft voorrang

Een deel van de Amsterdammers kampt met energiearmoede. In 2017 was 31 procent van de Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen meer dan 10 procent van dat inkomen kwijt aan energieverbruik. Wanneer grote energiebedrijven verantwoordelijk blijven voor de transitie naar schone of hernieuwbare energie, zal winst altijd voorrang krijgen boven schone lucht. Winst die te behalen valt door energietarieven te verhogen. Een probleem voor degenen die hun energierekening nu al niet of nauwelijks kunnen betalen.

Energie is een basisbehoefte. Daarvoor zijn Amsterdamse huishoudens – en haven, industrie, gebouwde omgeving, verkeer en vervoer – nu vooral afhankelijk van grote, private bedrijven. Die nog te vaak fossiele brandstoffen verstoken. En waar Amsterdammers en de stad te weinig zeggenschap en controle over hebben.

Lees ook Over schone, eerlijke energie die goed is voor Amsterdam en Democratie in Energie.

Verder lezen, luisteren of kijken