Het probleem van het systeem & het intelligente alternatief

De stad is de microkosmos waar we dagelijks de gevolgen voelen van ongelijkheid, woningnood, klimaatcrisis, armoede, eenzaamheid, vervuiling en sociale uitsluiting. In vogelvlucht de belangrijkste Amsterdamse problemen, het systeem daaronder en het intelligente alternatief.

De problemen

Amsterdam voor de hoogste bieder

Amsterdam is de laatste jaren fysiek flink opgeknapt. Tegelijk is de woningnood hoog, hoger dan in de rest van Nederland, en wordt de stad vooral een plek voor wie geld heeft. Sommige buurten, zoals de binnenstad, zijn al onbetaalbaar voor mensen met een lager of middeninkomen. Banken en beleggers kopen rijen panden op, het aantal koopwoningen daalt, sociale huurwoningen nemen af, vrije huur tegen hoge prijzen neemt toe. Omdat de meeste ruimte voor huisvesting, winkels, ondernemers, horeca en cultuur naar de hoogste bieder gaat, krijgt lokaal en sociaal ondernemerschap weinig kans. Ook de publieke ruimte komt onder druk: voor kunstenaars en vrijdenkers blijft er nauwelijks ‘vrije’ ruimte over. Schoolpleinen verdwijnen, sportvelden en parken komen in de knel.

Amsterdam is ongelijk

Van de Amsterdammers is 11 procent uiterst kwetsbaar als het gaat om gezondheid, inkomen en onderwijs. Eén op de vier Amsterdammers heeft schulden. En 140.000 Amsterdammers – ruim 88.000 huishoudens – hebben een inkomen onder 120 procent van het wettelijk sociaal minimum, waarvan ruim 15.000 ‘werkende armen’. In inkomen en vermogen is Amsterdam ongelijker dan in heel Nederland.

Wonen, energie, zorg, water, afvalverwerking: basisbehoeften zijn op grote schaal in handen van private bedrijven gegeven.

Daar komt bij hier een enorme groep flexwerkers en werkers met losse en nulurencontracten werken: 44 procent tegenover het landelijk gemiddelde van 34 procent. Zij zijn kwetsbaar door slechtere arbeidsvoorwaarden, weinig sociale bescherming en bestaansonzekerheid. En de rondfietsende maaltijd- en pakketbezorgers dragen zelf de veiligheidsrisico’s.

Amsterdam zoekt betaalbare, duurzame energie

Energie is, net als wonen, een basisbehoefte. Daarvoor zijn Amsterdammers nu vooral afhankelijk van grote, private bedrijven. Die nog te vaak fossiele brandstoffen verstoken. En waar Amsterdammers en de stad te weinig zeggenschap en controle over hebben.

Ook energiearmoede is een probleem. In 2017 was 31 procent van de Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen meer dan 10 procent van dat inkomen kwijt aan energieverbruik. Voor hen moet duurzame energie betaalbaar zijn – de stad staat voor een ambitieuze transitie, want de klimaatcrisis kan echt niet meer wachten. In 2030 moet Amsterdam 55 procent minder CO2 uitstoten, en 95 procent minder in 2050 (t.o.v. van 1990). In 2040 moet de stad aardgasvrij zijn en in 2050 helemaal circulair.

Van je coffee-to-go bij een keten komt het meeste geld op een bankrekening ver weg terecht.

Geld stroomt Amsterdam uit

Amsterdam is aantrekkelijk voor internationale bedrijven – in 2019 kwamen er 161. Goed voor de stedelijke economie is de felicitatie. Maar juist veel heel veel geld stroomt de stad uit. Zo komt van je coffee-to-go bij een keten het meeste geld op de bankrekening van anonieme aandeelhouders terecht, en zijn basale voorzieningen zoals kinderopvang en huisvesting steeds vaker in handen van buitenlandse investeerders. Die bedrijven geven nauwelijks iets terug aan de stad, creëren een handjevol banen voor Amsterdammers en doen weinig zaken met lokale ondernemers. Bovendien kost het veel geld en menskracht om die internationale bedrijvigheid te faciliteren. Daarnaast is Amsterdam de thuisbasis voor veel wereldwijd belastingontwijkend gegoochel – jaarlijks stromen er enkele biljoenen euro’s door Nederland in wegsluisconstructies.

Wat de coronacrisis zichtbaar maakt

De coronacrisis heeft laten zien hoe kwetsbaar ons economische systeem is – en de Amsterdamse economie wordt hard geraakt, harder dan in de rest van Nederland. Horeca, detailhandel, luchtvaart, toerisme en de uitzendbranche zijn hier sterk vertegenwoordigd. En waar die sectoren normaal voor veel werkgelegenheid zorgen, lijden ze nu erg onder de crisis. De experience economy (bioscopen, theaters, musea, horeca, clubs, discotheken enzovoorts) krijgt zware klappen. Bedrijfsruimten komen leeg te staan door de vele verwachte faillissementen van winkels, cafés en restaurants. Kantoorruimte is minder nodig, thuiswerken wordt immers de norm.

Ook maakt de crisis scherp duidelijk hoe essentieel zorg is en wie een cruciaal beroep heeft. Toch wordt in de zorg al jaren bezuinigd en is de sector aan de markt overgelaten. En over de zorgverleners, onderwijzers, vuilnisophalers en buschauffeurs en anderen met een cruciaal beroep: zij zijn er al jaren niet of nauwelijks op vooruit gegaan, en in veel van die sectoren is het fanatiekst geprivatiseerd.

Ten slotte maakt door de coronacrisis zichtbaar hoe belangrijk de publieke sector is – in de jaren tachtig bestempeld als slokop, blijkt die sector een fundament onder de samenleving.

Het systeem

Bovenstaande is geen willekeurige opsomming. Het zijn symptomen van het huidige economische model met een diep ingesleten neoliberale cultuur. Kort gezegd: geef de markt vrije teugels want die is efficiënt, de overheid moet de markt niet in de weg zetten, de financiële markten hebben gelijk, en de mens handelt rationeel economisch en is uit op persoonlijk gewin en succes … Bedacht in 1947, afgestoft en opgeklopt in de jaren ‘80 en sindsdien wereldwijd verspreid.

Vanuit de aannames dat markt en competitie beter, goedkoper en efficiënter zijn, hebben overheden op grote schaal basisbehoeften – wonen, energie, zorg, water, onderwijs, afvalverwerking – in handen van private bedrijven gegeven. Die vooral winst voor ogen hebben en strijden om de goedkoopste grondstoffen, productie en menskracht.

Miljarden uren onbetaald zorgwerk, vooral gedaan door vrouwen en meisjes, tellen niet mee in groeicijfers

De gevolgen zijn zichtbaar en voelbaar … Een enorm heen-en-weer gesleep van voedsel en vee. Een een uitgeputte planeet in klimaatcrisis. Slechte arbeidsomstandigheden om je spijkerbroek zo goedkoop mogelijk te produceren. Uitgeklede en stukbezuinigde gezondheidszorg. Data over je persoonlijke leven als handelswaar, en met discriminerende algoritmes. Succes is een individuele verdienste – depressie, uitsluiting of werkloosheid je eigen ‘falen’. En als je het miljonairs en de multinationals vraagt is het neoliberalisme een succes: de rijkste 1 procent van de wereldbevolking heeft gezamenlijk meer dan het vermogen van de overige 99 procent.

Economische groei is verhullend

In dit systeem meten we welvaart vooral financieel: de economie groeit als het bruto binnenlands product (bbp) groeit. En dit is een verhullend instrument. Zo telt de groei van de fossiele industrie positief mee, en worden onderwijs en zorg aangemerkt als kostenpost. Het verhult dat vooral grote multinationals en hun aandeelhouders, beleggers en speculanten gebaat zijn bij die groei, en het zegt niks over welzijn en waarde die mensen met elkaar creëren. En het verhult ongelijkheid. De miljarden uren onbetaalde zorgwerk, vooral gedaan door vrouwen en meisjes – mantelzorg, koken, schoonmaken, boodschappen doen, kinderen van school halen, vrijwilligerswerk – tellen niet mee. 

Het intelligente alternatief

Hoe cliché ook, maar twee beroemde uitspraken gaan hier op. Albert Einstein’s We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them. En die van de meest neoliberale econoom Milton Friedman: Only a crisis – actual or perceived – produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around.

De ambities

Het systeem is aan vervanging toe. In plaats van aan een paar knoppen te draaien of gevestigde belangen te dienen, is een radicale omslag nodig – radicaal in de zin van radix, wortel. Met de ideeën en de intelligente alternatieven die er al liggen.

Een vrije stad waarin iedereen toegang heeft tot wat je nodig hebt voor een menswaardig leven

In Amsterdam, in Europa en ver daarbuiten groeit het besef dat de progressieve stad van de toekomst circulair en collectief moet zijn. Deze beweging staat bekend als municipalisme: steden wereldwijd ontpoppen zich tot voorvechters van (economische) systeemverandering, democratie, tolerantie, solidariteit, publieke belangen en mensenrechten.

De ambities zijn een vrije stad waarin iedereen toegang heeft tot wat je nodig hebt voor een menswaardig leven, inclusief voldoende inkomen en waardig werk. Een stad die respectvol met de planeet omgaat en de klimaatcrisis helpt tegengaan. Een stad met een solidaire, rechtvaardige en duurzame economie die succes breder definieert dan groei van het bbp, ongelijkheid verkleint en waarin basisbehoeften onderdeel zijn in plaats van kostenposten. Een stad waar democratisering van het lokale bestuur en democratisering van de alledaagse economie hand in hand gaan.

Een eerlijker stad

En concreet … In de 99 wijken van Amsterdam kan de omslag naar een eerlijker stad groeien door:

  • welzijn van mensen en milieu als doelen te hebben van de economie. Grenzeloze groei is echt onhoudbaar.
  • samenwerking in plaats van concurrentie. In plaats van elkaar stuk te concurreren voor de meeste winst, gaat het om waarde, welzijn en werk in de stad te scheppen en te houden.
  • burgers meer macht te geven. De stad is ‘van ons’ en dat betekent nieuwe, democratische en collectieve vormen van eigendom en beheer.
  • een rechtvaardige sociaal-ecologische transitie. De klimaattransitie moet economische, ecologische en sociale doelen combineren.
  • anders te meten en te sturen in economisch beleid. Vervang bbp en economische indicatoren door instrumenten die het welzijn van alle Amsterdammers meten.
Bekijk een activistische uitleg van het neoliberalisme. Of het neoliberalisme in 3 minuten. En het coronacrisis kapitalisme.
Of luister naar deze podcast over rechtvaardigheid in plaats van groei.
Vind hier meer over hoe stad en samenleving zo ongelijk zijn geworden. En wie over de stad beslist.
Lees verder over een rechtvaardige Amsterdamse economie and rechtvaardige huisvesting.
Dit artikel legt uit hoe we waarde in de stad kunnen houden, en wat de doe-het-zelf-aanpak van de commons biedt.
Lees hoe we onze data-economie democratischer kunnen maken.

Meer over Fearless Cities

De systeemverandering is er niet in een handomdraai. Maar het gebeurt al. Onder namen als Fearless Cities, Rebel Cities en Transformative Cities wordt het municipalisme wereldwijd zichtbaar: in New York, Barcelona, San Francisco, Napels, Palermo, Parijs, Grenoble, Valparaiso, Montreal, Lissabon … Van de buurtmunten in Gent tot de gemeengoed-ruimtes in Napels. Van de buurthuizen in Bristol die gemeenschapswelvaart bouwen tot de solidariteits-startup-incubator in Barcelona. Van data trusts in Zurich tot platform-coops voor pizzakoeriers in Parijs.

Bijna 400 ‘klimaatburgemeesters’ van Amerikaanse steden voeren beleid dat zelfs verder gaat dan het Klimaatakkoord van Parijs. De burgemeesters van New York en Londen namen het voortouw in een ‘divestment’ campagne: de steden trekken hun investeringen in fossiele brandstoffen terug. In meer dan 1.600 steden wereldwijd hebben gemeentes basisidiensten als energie, water, gezondheidszorg, kinderopvang weer in publieke handen genomen. Omdat ze de jarenlange privatisering en marktwerking zat zijn.