Who decides about the city?

Een stad is gebouwd op denkbeelden. En de huidige denkbeelden maken van de stad een strijdperk en zijn onrechtvaardig voor Amsterdammers. Een democratische en inclusieve stad waarin elke bewoner een menswaardig leven kan leiden, is geen quick fix, maar vraagt een andere, gedurfde visie. Over kansen voor kansrijken, fysieke en digitale hekken, en het recht op de stad.

De stad is ‘van ons’. Van de leerkracht, de dance event organisator, het middenklasse gezin met bakfiets, de bankier, de rondhangende puber, de dakloze, de hoogbejaarde met rollator, de ondernemer van kleur met drie pizzeria’s, de vrijwilliger met niet-aangeboren hersenletsel, de bezorger die net niet rondkomt, de vluchteling met en zonder papieren … En de stad wordt alleen maar drukker. Van de 7,7 miljard wereldbewoners woont bijna 3,9 miljard in steden, rond 2030 is dat 60 procent. Voor Amsterdam worden in 2032 meer dan een miljoen bewoners verwacht.

Aangeharkte uitsluiting

Hoe de stad ontworpen, ingericht, gebouwd en opgeknapt wordt, weerspiegelt de diversiteit van de Amsterdammers nauwelijks. Integendeel: zeker binnen de ring is de stad bewust aantrekkelijk gemaakt voor creatieve, hoogopgeleide kenniswerkers. Met in het kielzog reclamebureaus, banken, advocatenkantoren, mediaondernemingen en andere bedrijven op zoek naar personeel. Samen met de uitnodiging aan massa’s toeristen – waar het Amsterdamse gemeentebestuur inmiddels van terugkomt – is de stad vooral gemaakt tot een homogene, aangeharkte ruimte met koffiebars, yogastudio’s en scheepswerven als bedrijfsruimtes.

Het leven van de schoonmaker blijft onzichtbaar, want die komt als iedereen naar huis is.

Het gevolg is een steeds diepere scheidslijn tussen kansarm en kansrijk. De stad is steeds minder van iedereen, met minder plek en aandacht voor mensen die niet ‘succesvol’ zijn en geen gevulde portemonnee hebben. Amsterdam is daar niet alleen in. Steden als Londen, Parijs, Vancouver en New York kennen vergelijkbare processen van verdringing en uitsluiting.

 De serie Van wie is de Stad? bevat artikelen uit 2016 tot 2018, en is nog steeds actueel. De documentaire City for sale  gaat in op de processen van uitsluiting. Lees ook Het kan: rechtvaardige huisvesting in Amsterdam and hoe waarde in de stad kan blijven.

Zonder pasje geen toegang

Ook de prijs per vierkante meter maakt van de stad een strijdperk. In grond- en vastgoedontwikkeling zijn (internationale) private projectontwikkelaars en beleggers de hoogste bieders en hebben bewoners het nakijken. Bovendien stroomt de winst die deze bedrijven met die grond maken de stad uit. Verder geldt geregeld: zonder pasje geen toegang. Want in businessparken en bedrijfsruimtes kun je, vaak achter hekken, alleen maar werken en je auto parkeren. En veel publieke ruimte wordt regelmatig verpacht aan festivals en evenementen. Zo blijft het leven van de schoonmaker onzichtbaar, want die komt als iedereen naar huis is.

Rafelranden worden volgebouwd, er valt weinig meer zomaar rond te scharrelen

Kortom, ‘vrije’ ruimte voor spontane ontmoetingen en dwarse denker en doeners wordt schaars. worden rafelranden worden volgebouwd, want iedere vierkante meter geld is waard, en er valt weinig meer zomaar rond te scharrelen. Schoolpleinen verdwijnen, sportvelden en parken komen in de knel. Kunstenaars kunnen nauwelijks betaalbare ateliers vinden. Ook camera’s, surveillance en toezicht ‘omheinen’ de publieke ruimte, met veiligheid en misdaadbestrijding als argument. Een discriminerende veiligheid wanneer de camera’s gevoed zijn met algoritmes die mensen van kleur eruit pikken.

Socioloog Saskia Sassen en politicoloog Margit Mayer zijn invloedrijke denkers over economische, politieke en sociale structuren in de stad. Who owns the city is een uitgebreide lezing van Sassen. Mayer vertelt over het verzet tegen de neoliberale de stad in deze podcast en dit artikel. En lees hoe algoritmes diep in ons dagelijks leven zitten.

Een andere stad uitvinden

Aangezien een stad en stedelijk beleid een menselijke uitvinding is, kunnen we dus ook een andere, rechtvaardige en democratische stad ‘van ons’ uitvinden. In ‘het recht op de stad’ tellen de wensen en verlangens van alle bewoners, en niet alleen die van een bevoorrechte klasse werkenden en vastgoedgiganten. In deze visie is de publieke ruimte – fysiek, politiek, cultureel, digitaal – een basisbehoefte voor het menselijk bestaan en geen commercieel verhandelbaar product.

Met elkaar uitzoeken hoe je de stad deelt, is niet per se harmonieus. Het is wel wezenlijk democratisch, en vereist verdeling van macht

In de woorden van invloedrijk denker David Harvey in Right to the City: The right to the city is not merely a right of access to what already exists, but a right to change it after our heart’s desire. […] The freedom to make and remake ourselves and our cities is, I want to argue, one of the most precious yet most neglected of our human rights.

Het is een inclusief recht voor iedereen die in de stad leeft – leven als in wonen, werken, spelen, rondhangen, uitgaan, elkaar helpen, ondernemen, politiek bedrijven … En het is een collectief recht: Amsterdammers van alle soorten, maten en achtergronden zoeken met elkaar uit hoe ze hun stad en de stedelijke ruimte delen en vormgeven.

Hier vind je de bestanddelen van het recht op de stad. Dit artikel legt uit waar het recht op de stad vandaan komt. En dit rapport vertelt wat nodig is voor gender equal cities. Bekijk ook hoe Barcelona autovrije superblocks maakt en die publieke ruimte teruggeeft aan de bewoners.

Macht in de stad

Het recht op de stad is geen quick fix, of een kwestie van even diverser maken. Ook is met elkaar uitzoeken hoe je de stad deelt en vormgeeft niet per se harmonieus – belangen en behoeften van bewoners en gebruikers botsen immers. Het is wel wezenlijk democratisch, en vereist verdeling van macht: niet van bovenaf, maar een andere verhouding tussen burger, markt en lokale overheid.

Zo moet een gemeente veel meer ten dienste staan van bewoners, buurten en wijken, en assertiever staan tegenover machtige private bedrijven. En het vraagt om bewoners en gebruikers echt macht en zeggenschap te geven in eigendom en beheer. Dit kan in allerlei vormen: commons, buurtcollectieven, gedeeld beheer van gebouwen en buitenruimte, de-privatisering, publiek-civiele partnerschappen, werknemerscoöperaties, zorgcoöperaties … Over de hele wereld wordt al flink geëxperimenteerd. Lokaal staat centraal, dat wil zeggen: in je eigen gemeenschap, wijk en buurt is je directe invloed het grootst.

Also read De doe-het-zelf-aanpak van de commons and De publieke ruimte en ons dagelijks leven. Bologna kent een uitgebreid convenant that enbles residents to co-design public spaces. Turin heeft dat met wat aanpassingen overgenomen. Dit is wat Amsterdam doet voor meer eigenaarschap en zeggenschap in de buurt. Lees hier hoe stedelingen macht krijgen door te beslissen waar het geld naar toe gaat. Stadsadviseur Frans Soeterbroek schrijft over hoe we onze leefomgeving kunnen heroveren.

Hoe corona de stad raakt

Afstand, lockdown, avondklok, gesloten scholen, thuis werken: dat de coronacrisis de samenleving en ons dagelijks leven ontregelt, is overduidelijk. Tegelijk geeft die ontregeling een scherpere blik op de stad als levend sociaal organisme. Wat het meest zichtbaar is geworden:

  • Lege straten, volle parken, minder autoverkeer, meer wandelaars. Of beter: buiten is nog meer het verlengde van onze binnenruimte geworden. Met work-outs op straat en in het park, dagelijkse ommetjes, samen wandelen in plaats van café- of theaterbezoek. Ook voor kinderen wordt de publieke ruimte belangrijker, bij gebrek aan een schoolplein om te spelen.
  • Ook ongelijkheid tekent zich scherp af. De instructies ‘blijf thuis’ en ‘werk thuis’ is nauwelijks op te volgen door daklozen, arbeidsmigranten, studenten, ongedocumenteerden en grote gezinnen in een te krap huis. Wie geen stabiele plek heeft om te wonen, die moet delen met velen of geen eigen onderdak heeft, is juist meer op straat.

Door de eeuwen heen hebben ziekten, epidemieën en pandemieën de stad veranderd.

  • De publieke ruimte en nabijheid zijn riskant geworden, het nachtleven is opgeschort. Met minder kans om onbekenden te ontmoeten en onverwachte voorvallen mee te maken. En het aantal eenzame stedelingen groeit.
  • Werk, onderwijs, cultuur, politiek verplaatst zich grotendeels van de fysieke ruimte naar de digitale wereld binnenshuis.
  • Hotels, kantoren en bedrijfsruimten komen leeg te staan. Zonder de enorme stromen bezoekers en toeristen en grote evenementen is pretpark Amsterdam stil komen te liggen.
  • Steden grijpen naar meer surveillance en cameratoezicht om maatregelen te handhaven. De technologie van gezichtsherkenning, apps en big data heeft een enorme spurt gemaakt, en is wereldwijd in gebruik genomen door lokale en nationale overheden. Over straat gaan zonder digitale sporen achter te laten is vrijwel onmogelijk.

Door de eeuwen heen hebben ziekten, epidemieën en pandemieën de stad veranderd. Zo kwamen er al snel riool, sanitair, systemen voor schoon water en afvalverzameling na de cholera-uitbraken in Hamburg, New York, Parijs, Londen, Amsterdam en andere steden. Of recenter: met de ebola-uitbraak nog vers in het geheugen stimuleert Freetown, Sierra Leone nu lokale voedselproductie. Het is nog ongewis wat de effecten van de coronacrisis op lange termijn zijn. Maar: de aanleiding om echt werk te maken van de macht van bewoners over hun publieke ruimte kan niet sterker.

Over de post-corona stad is enorm veel verschenen. Hier een kleine selectie ... Over hoe burgercollectieven klaar staan om de post-coronasamenleving vorm te geven. Over hoe de coronacrisis daklozen zichtbaarder maakt. Over hoe de coronacrisis surveillance en activisme verandert. Hoe we de publieke ruimte weer terugkrijgen die we door de coronacrisis zijn kwijtgeraakt. En hoe corona een les is om het recht op de stad op te eisen. 
Lees ook Corona, de uitvergroter and hoe diep algoritmes in ons dagelijks leven zitten.

Continue reading, listening or watching