Direct naar tekst van: Platformkapitalisme & hoe het anders kan

De 99 van Amsterdam website

Platformkapitalisme & hoe het anders kan

Al flink wat jaar struikel je over de online platforms die diensten aanbieden: Airbnb, Uber, Deliveroo, Helpling …. Wat doen deze platforms eigenlijk met een stad en haar bewoners? Welke invloed oefenen ze uit op de economie en macht- en arbeidsrelaties? Gastauteur Dylan van Rijsbergen – schrijver, publicist, denker over politiek, emancipatie, technologie en maatschappij – over de boosaardige effecten van deze platforms, en over eerlijke en democratische alternatieven waar stedelingen, gebruikers én werkers zelf van profiteren.

Het is 2004, iemand ergens in Amsterdam stapt in een tijdmachine en wandelt er in 2020 weer uit: wat zou diegene dan het meest opvallen? Ongetwijfeld zal ze allereerst geamuseerd naar het straatbeeld staren: een overdaad aan vergelijkbaar ingerichte koffietenten, menukaarten met krijt uitgeschreven op een schoolbord, mannen met gestileerde baarden: de algehele verhipstering van de buurten in en om het centrum. Maar ze zal zich vooral verbazen over de dominantie van de smartphone en het effect dat dit apparaat heeft op gedrag: op elke straathoek staan mensen bijna gehypnotiseerd te staren naar het apparaat in hun handen.

Achter die smartphone lijkt zich een parallelle wereld te bevinden die een onmiskenbare invloed uitoefent op de reële, tastbare wereld van alledag. Dit is de wereld van de platforms. Platforms die mensen gebruiken voor allerlei diensten – misschien herinnert onze tijdreizigster zich Marktplaats nog, een plek waar kopers en verkopers van allerhande spullen elkaar online konden vinden. Inmiddels is Marktplaats via de smartphone een vast onderdeel in de levens van miljoenen mensen geworden. Naast Marktplaats oefenen veel vergelijkbare platforms een soort virtuele makelaarsfunctie uit. Van Airbnb tot Uber, van Deliveroo tot Helpling: ze hebben een enorm effect op het Amsterdam van 2020.

De meeste platforms zijn goed in uitbuiting en elektronische disciplinering van werknemers

 

Parasieten van de stad

De platforms1Welke verschillende platforms zijn er? Platforms zijn er in alle soorten en maten. Nick Srnicek, docent digitale economie aan King’s College in Londen, maakt onderscheid in vijf categorieën gebaseerd op het achterliggende verdienmodel (Platform Capitalism , Cambridge 2017). Ten eerste, adverteerdersplatforms, zoals Google en Facebook, die data extraheren van gebruikers, deze gebruikersdata analyseren en op basis van die analyses advertentieplekken verkopen op hun platforms. Ten tweede zogenaamde productplatforms, zoals Spotify en Greenwheels. Deze platforms leveren iets wat voorheen een product was (hier muziek of auto’s) en verhuren dit via een abonnementsmodel als dienst. Deze productplatforms zijn niet te verwarren met een derde categorie, de zogenaamde leanplatforms, zoals Uber, Deliveroo en AirBnB. Deze hebben de middelen die ze verhuren niet zelf in bezit, maar maken gebruik van eigendom van anderen. Het verdienmodel van een leanplatform komt erop neer de kosten zo laag mogelijk te houden door deze af te wentelen op anderen. Dit kan door een (hoog) percentage op te strijken van de verkoop van diensten die worden geleverd met andermans eigendom (een auto bij Uber, een fiets bij Deliveroo, een woning bij Airbnb). Dan zijn er nog de cloudplatforms die digitale diensten leveren op aanvraag. Het standaardvoorbeeld is hierbij AWS (Amazon Web Services), een dienst van Amazon waarbij allerlei hardwarefuncties zoals opslagruimte en hosting online gehuurd kunnen worden. Vergelijk dat bijvoorbeeld met een elektriciteitsbedrijf dat op aanvraag stroom levert. Onder deze categorie valt bijvoorbeeld ook Gsuite, het online office-pakket van Google. Veel van dit soort diensten worden tegenwoordig SaaS (Software-as-a-Service) genoemd. Tenslotte zijn wat minder zichtbaar de industriële platforms (ook wel smart industry of industry 4.0 genoemd), die pretenderen bedrijfsprocessen met ‘slimme’ machines en grote hoeveelheden data te kunnen verbeteren. presenteren zichzelf primair als een neutrale bemiddelaar tussen de verschillende partijen, ze faciliteren slechts een contact dat er voorheen niet was. Met de sympathieke term deeleconomie werden de platforms in de vroege jaren tien verkocht als sociaal idealisme dat in een tijd van crisis en grote bezuinigingen nog veel voor gewone mensen kon betekenen. Met bijverdiensten door hun huis tijdelijk te verhuren bijvoorbeeld, door als freelance rider voor Deliveroo of als Uber-chauffeur te werken.2Zie het recente rapport van JP Morgan, waarin aangetoond wordt dat veel mensen die ‘cash flow’ problemen hebben – zoals baanverlies – hun inkomen proberen aan te vullen via platforms.

In werkelijkheid zijn de gevolgen van de manier waarop deze platforms werken, verstrekkend en negatief. Allereerst kent de stad meer drukte door veel meer toeristen en rondrijdende taxi’s, en toegenomen onveiligheid door die (verkeers-)drukte.3Zie bijvoorbeeld over Airbnb en drukte: Drukte in de binnenstad kan paniek veroorzaken en over Drie Uberchauffeurs over overuren en ongelukken en Zigzaggend over de stoep als je haast hebt Zo zijn Uber-chauffeurs zich gaan gedragen als gewone taxichauffeurs, ze rijden vaak lang rond met een lege achterbank. Daarnaast vervangen Uber-ritten voor meer dan de helft geen autoritten, maar verplaatsingen die anders te voet, met de fiets of helemaal niet zouden plaatsvinden. En Uber-chauffeurs gaan juist naar de drukkere gebieden om extra geld te verdienen, met meer plaatselijke opstoppingen als gevolg.4Trouw: Uber en consorten zijn deel van het verkeersprobleem, niet een deel van de oplossing en NRC: Langere reistijden en meer opstoppingen door Uber

Bij maaltijdbezorgers zijn de bezorgers zélf vaker het slachtoffer. Uit cijfers van een verzekeraar blijkt dat bezorgbrommers zes keer zo vaak schade rijden dan privébrommers en dat de schade bovendien 75 procent hoger uitvalt. Bovendien worden ze per stuk betaald in plaats van per uur, wat hun stimuleert om snel en roekeloos te rijden.5zigzaggend over de stoep als je haast hebt

 

Vijf sterren

Ook zijn de meeste platforms goed in uitbuiting en elektronische disciplinering van werknemers. De Uber-chauffeurs worden ingehuurd als zzp’ers en zijn zelf verantwoordelijk voor hun vervoermiddel en alle premies die daarmee samenhangen. Daarnaast concurreert Uber op prijs: de tarieven die de chauffeurs mogen rekenen zijn erg laag en daarvan vraagt Uber maar liefst een bijdrage van 25 procent. Van wat er overblijft moet de chauffeur zien rond te komen, en dat betekent veel uren rijden om een beetje uit de kosten te komen.6Leerzaam is deze podcast van een oud-Uber chauffeur: ‘Stef Rijdt Taxi’.

Het Uber-algoritme werkt met beloningsmechanismen afkomstig uit computergames (een proces dat ‘gamification’ wordt genoemd): psychologische trucs om chauffeurs maximaal productief te houden. Zo is er de Uber-surge, waarbij drukke gebieden waar een chauffeur zijn tarief kan verdubbelen op de kaart rood oplichten. Een andere manipulatietechniek is de rating van één tot vijf sterren. Hoe hoger de gemiddelde rating van een chauffeur, hoe meer kans op ritten. Lastige, vervelende of dronken klanten die een slechte ratings geven, hebben direct invloed op zijn inkomen. Naast de rating kan een chauffeur allerlei extra ‘badges’ verdienen door bepaalde diensten te verlenen.7‘Stef rijdt taxi’

Iets vergelijkbaar is aan de hand bij Deliveroo. De bezorgers van Deliveroo hebben ook de wettelijke status van zelfstandige en gebruiken vaak hun eigen (brom-)fiets. Het algoritme bepaalt wie welke order krijgt. Hoe dat precies werkt is vrij ondoorgrondelijk, niet altijd krijgt de dichtstbijzijnde bezorger, rider, de order. Er is een sterk vermoeden dat de persoonlijke rating eerder doorslaggevend is. Bezorgers worden net als bij Uber aan alle kanten gestimuleerd om die rating hoog te houden, anders lopen ze orders en dus inkomen mis. Om diverse redenen kan de rating plotseling dalen, bijvoorbeeld omdat een bezorger vaak orders weigert, of na een periode van ziekte (waarin de riders niet doorbetaald krijgen). Ook het algoritme van Deliveroo gebruikt allerlei manipulatietechnieken uit de gamification die riders stimuleren om nog even een extra order aan te nemen.8FNV, Riders verdienen beter. De maaltijdbezorgsector in Nederland.

Een ander negatief gevolg van deze platforms is het geld dat weglekt naar grote internationale bedrijven. Dat Uber over elke transactie van chauffeurs 25 procent opstrijkt, geeft al aan hoeveel geld er naar dit bedrijf gaat. Zo verdwijnt er via allerlei niet erg transparante juridische constructies een steeds grotere hoeveelheid geld uit de stedelijke economie zonder dat die bedrijven daar weinig voor terug leveren, terwijl ze wel voorzieningen van de stad gebruiken. Voorzieningen waar Amsterdammers belasting voor betalen.9Over belastingontwijking van Uber. Zie ook over de maaltijdbezorgsector: FNV, Riders verdienen beter. De maaltijdbezorgsector in Nederland.

De grondstof van platformkapitalisme: data

 

Echt eerlijk en sociaal

Wat er in Nederland over platforms geschreven is, heeft genoeg kritische verhandelingen opgeleverd, die vaak wel eindigen in een klassieke oproep tot overheidsregulering.10José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal, De platformsamenleving. Strijd om publieke waarden in een online wereld. Sem van Meurs in Parool, Platformbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen Hoewel nieuwe regels zeker helpen om platforms te beteugelen, zijn er alternatieven nodig om de macht van de grote platforms te breken. Hier kan de municipalistische visie en aanpak een rol spelen.

Een interessant alternatief gezien vanuit democratisering en autonomie zijn de zogenaamde platformcoöperatieven. In deze digitale platforms die diensten verlenen of een product verkopen, zijn de werkers en mensen die ervan afhankelijk zijn, zelf collectief eigenaar en bestuurder.11Sutton M (2016), ‘A Shareable Explainer: What is a Platform Co-op? In andere landen is al enige ervaring opgedaan met dergelijke initiatieven. Zoals de Denver Green Taxi Co-operative12De in Denver opgerichte Green Taxi Co-operative bestaat sinds 2015 en is een collectief van zo’n 800 chauffeurs die via een app, vergelijkbaar met grote Taxi-platforms als Uber en Lyft, besteld kunnen worden. Het verschil met die grote platforms is dat deze organisatie met een coöperatief, democratisch model werkt en dat chauffeurs mede-eigenaar zijn van het bedrijf. Het is wellicht ironisch dat de bestaande taximonopolies in grote steden als Denver door Uber en Lyft moesten worden ‘opengebroken’ voordat ook deze coöperatieve vormen een licentie konden krijgen. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat het competitieve klimaat grote druk zet op de chauffeurs, waardoor ze minder tijd en geld hebben om democratische beslissingen te nemen en ze steeds meer tijd op de weg zijn en ritten aannemen. Betere ondersteuning van het stadbestuur voor coöperatieve businessmodellen zou dit soort druk kunnen verlichten., een Amerikaans coöperatief van taxichauffeurs waar gebruikers op een gezamenlijke app een rit kunnen bestellen. Up & Go13Platforms die huishoudelijke werkers koppelen aan mensen die daar behoefte aan hebben, romen vaak grote percentages van de kosten van een schoonmaakbeurt af. In Nederland doet een platform als Helpling iets dergelijks, in New York zijn dat bedrijven als Handy en TaskRabbit. Soms gaat het wel om 20 procent van het totale bedrag. Als antwoord daarop is, met ondersteuning van het New Yorkse armoedebestrijdingsfonds Robin Hood, in 2017 Up & Go-app ontwikkeld die gebruikers koppelt aan medewerkers van een drietal schoonmaakcoöperaties. De vrouwen die hier werken – een stuk of 30 toen het initiatief startte – komen vaak uit arme Latijns-Amerikaanse migrantenmilieus. Up&Go vraagt niet meer dan 5 procent van het totale bedrag voor de boekingskosten, de rest gaat naar de schoonmaker zelf. De schoonmaakbeurten zijn iets duurder dan het gemiddelde omdat de kosten aansluiten bij prijzen die de co-ops zelf rekenen, maar daar staat een bepaalde ethiek tegenover. De drie coöperaties die onder het platform vallen, maken maandelijks afspraken met elkaar. Anders dan commerciële platforms heeft Up&Go geen vernederend online reputatiesysteem. Up&Go is geen top-down initiatief: het komt voort uit een bestaande coöperatieve beweging die al decennia bestond binnen de Latijns-Amerikaanse gemeenschap in New York. Belangrijk hierbij was de Center for Family Life (CFL), een organisatie die zich gedroeg als een incubator voor co-ops. is een platform van huishoudelijke schoonmakers in New York, waarbij eigenaarschap van de co-op en de platformsoftware in handen zijn van de schoonmakers zelf – in tegenstelling tot een commercieel platform als Helpling dat opgericht is om geld te verdienen vanuit de bemiddelingsrol. Equal Care Co-op is een Britse zorgcoöperatie waarvan zorgverleners en zorgafnemers mede-eigenaar zijn. Het gebruikte softwareplatform verschilt van commerciële zorgplatforms, die ontworpen zijn vanuit de visie en het perspectief van de managers (met bijvoorbeeld nadruk op controle en verslaglegging). De software van Equal Care Co-op wordt juist ontwikkeld vanuit de wensen van de zorgverleners en -afnemers, die bijvoorbeeld elkaar kunnen kiezen. Afnemers kunnen ook meer doen dan alleen zorg krijgen: ze kunnen iets geven waarmee ze aan de menselijke behoefte kunnen voldoen om meer te zijn dan alleen een afhankelijke patiënt.14Equal Care Co-op

Publieke, digitale platforms op het gebied van zorg kunnen een samenleving veel opleveren. In Londen is bijvoorbeeld de app GoodSAM ontwikkeld waarmee getrainde zorgprofessionals, zoals dokters die geen dienst hebben of verplegers, worden gekoppeld aan noodgevallen in de nabije omtrek waarbij elke seconde telt. Bij een hartstilstand dalen de overlevingskansen met zo’n 10 procent in elke minuut dat geen defibrillatie wordt toegepast. De app koppelt niet alleen acute aanvallen aan hulpverleners, maar bevat ook een overzicht van de dichtstbijzijnde plek waar een defibrillator zich bevindt.15Goodsam case study

Een voorbeeld van een Amsterdams platformcoöperatief is Fairbnb.coop. Zoals de naam al doet vermoeden, verbindt dit coöperatief net als commerciële concurrent Airbnb reizigers aan gastverblijven (het platform zal in de lente van 2020 worden gelanceerd). Alleen geeft Fairbnb.coop iets terug aan de stad: de helft van de commissie die het platform aan de verschillende partijen vraagt, gaat naar sociale projecten in de stad waarin het gastverblijf gevestigd is. Fairbnb.coop is in handen van de mensen die er werken (werkerscoöperatief), en wil zich in de toekomst breder ontwikkelen naar een zogenaamde multistakeholder coöperatief waarin ook andere partijen vertegenwoordigd zijn, zoals de sociale projecten die ze willen stimuleren. Fairbnb.coop is naast Amsterdam actief in vier andere Europese steden: Bologna, Venetië, Barcelona, Valencia.16Interview Sito Veracruz, Fair Bnb Network

 

Werknemers- en freelancerscoöperatieven – de bestuurlijke meerderheid zit bij de mensen die werken bij het bedrijf. Schoongewoon is een werknemerscoöperatie uit ’s Hertogenbosch. Belangrijk zijn respect en een fatsoenlijk loon voor de werknemers.

Consumenten/inkoopcoöperatieven– lidmaatschap is gebaseerd op de klanten van de coöperatie. Verzekeraar Univé is een consumentencoöperatie

Ondernemerscoöperaties– waarbij ondernemers hun product via de coöperaties verkopen (en kunnen profiteren van collectieve organisatie). Een bekend voorbeeld is FrieslandCampina, een grote zuivelcoöperatie. De leden zijn aangesloten melkveehouders, die meedelen in de winst.

Coöperatieve gemeenschap– Leden worden lid op basis van een gezamenlijk plaats of belang. StadsdorpZuid is een open coöperatieve gemeenschap waarin de leden (vanaf ca 50+) samen werken aan een gemeenschappelijke wens: prettig ouder worden

Multi-stakeholder coöperatie – een hybride van stakeholdersbelangen, waarbij de verschillende soorten leden verschillende rollen en belangen binnen de cöoperatie hebben. Een Nederlands voorbeeld is de Afrikaander Wijk coöperatie in Rotterdam Zuid. De Afrikaanderwijk Coöperatie brengt bestaande werkruimte, ondernemers, producenten en sociale organisaties samen.

 

Data als ruwe olie

Een ander aspect van platformkapitalisme is de enorme waarde van de grondstof: data. Het is enorm makkelijk voor individuen om data weg te geven in ruil voor ‘gratis’ toegang tot een platform. De geaggregeerde data van al die platformbezoekers zijn veel geld waard en worden door platforms afgeroomd van nietsvermoedende burgers in ruil voor wat online spiegels en kraaltjes. Die data worden ‘verrijkt’ via algoritmes die allerlei voorspellingen kunnen doen en weer verkocht aan andere bedrijven: de essentie van het verdienmodel van de grote platforms.

Deze kolonisering van data speelt ook in de gezondheidssector, waar enorme winsten kunnen worden gemaakt met deze gegevens. Die data kunnen ook op een waardevolle manier worden gebruikt voor de medische wetenschap. Hierbij kunnen zogenaamde datacoöperaties een rol spelen: de leden brengen al hun data onder bij een gezamenlijke coöperatie en behouden eigenaarschap over en inzage in hun medische data. Projecten die gebruik kunnen maken van de gegevens worden collectief en democratisch uitgekozen. Een voorbeeld van een actieve datacoöperatie is het Zwitserse MIDATA.17MIDATA In Nederland wil de Holland Health Data Cooperative is vergelijkbaars doen.18Holland Health Data Coöperatie Op deze manier hebben burgers zelf weer controle over hun eigen gegevens. Interessante vraag is natuurlijk of deze vorm ook buiten de medische wereld kan worden gebruikt.

 

De coöperatieve organisatievorm heeft belangrijke voordelen ten opzichte van commerciële bedrijven.19Zo blijken coöperatieven in het algemeen (niet alleen platformcoöperatieven) vaak productiever te zijn dan commerciële bedrijven omdat de mensen die er werken meer betrokken zijn bij het wel en wee van de organisatie. Coöperatieve startups hebben ook een veel grotere kans om de eerste vijf jaar van hun bestaan door te komen dan commerciële startups en coöperatieven hebben een lagere doorstroom van personeel, een lagere inkomensongelijkheid en lager ziekteverzuim. Toch lopen met name platformcoöperatieven tegen een aantal specifieke moeilijkheden aan. Denk daarbij aan technologie: uit principe zullen sommige co-ops niet de technologie van de grote commerciële platforms willen gebruiken. Zoals internetstatistieken en artificiële intelligentie die veel data verzamelen voor commerciële doeleinden.20Simon Borkin, Platform co-operatives – solving the capital conundrum. Nesta, Co-operatives UK februari 2019, p14, p25. Inmiddels is er wel opensourcesoftware beschikbaar door het Platform Co-operativism Consortium van onderzoeker en activist Trebor Scholtz.21Platform Co-operativism Consortium

Hebben Amsterdammers in 2034 de publieke ruimte terugveroverd op het grootkapitaal vol financiële bubbels?

 

Kapitale vragen

De belangrijkste uitdaging voor platformcoöperatieven is voldoende kapitaal vinden.22Simon Borkin, Platform co-operatives – solving the capital conundrum. Nesta, Co-operatives UK februari 2019, p25. Commerciële platforms hebben in het huidige, neoliberale economische getij de wind in de rug. Door de lage rentestand is er veel financieel kapitaal op zoek naar hoog renderende investeringsmogelijkheden. Commerciële platform start ups en scale ups zijn dan geliefde investeringsobjecten omdat ze vol inzetten op de monopolisering van een bepaalde dienst die, met een beroep op zogenaamde netwerkeffecten, in de toekomst tot enorme winsten moeten gaan leiden. Bij een startup gaat het om grow-or-die: een bedrijf moet in korte tijd bewijzen levensvatbaar te zijn en te kunnen groeien, zodat de investeerders het bedrijf met hoge winst weer kunnen verkopen.

Zo werkt het niet met platformcoöperatieven. Ze hebben vanzelfsprekend al geen toegang tot dit kapitaal, aangezien eigenaarschap bij de werkers en/of andere stakeholders ligt en er geen sprake is van een commercieel aandeelhoudersmodel. En al was het mogelijk, dan ligt het niet binnen de ideële doelstellingen van coöperatieven om op korte termijn te monopoliseren en hoge winsten te genereren.

Voor initiële investeringen zijn platformcoöperatieven nu vaak afhankelijk van charitatieve investeerders. Zo krijgt de Equal Care Co-op bijvoorbeeld een investering van the Open Society Foundation en heeft Fairbnb.coop een initiële investering gehad van de Italiaanse Banca Ética (vergelijkbaar met de Nederlandse Triodos-bank). Er zijn voorbeelden van overheden en instituties die ook investeren in platformcoöperaties. Nadeel daarbij is dat de zakken van publieke overheden in deze tijd niet zo diep zijn als die van het financieel kapitaal. Bijvoorbeeld het Finse Kutsuplus: deze platformstartup met banden met de universiteit, gefinancierd door de stad Helsinki, was een soort Uber voor bussen. Via een smartphone kon een passagier aangeven waar ze naartoe wilde en de software berekende vervolgens de beste route voor de bus terwijl ook andere passagiers werden opgepikt. De service was relatief succesvol, groeide elk jaar met zo’n 60 procent, maar toch besloot de lokale overheid in 2015 de stekker eruit te trekken. Reden: er moest te veel belastinggeld op worden toegelegd en daardoor kon de gewenste schaal om het echt te laten groeien niet worden bereikt. Vergelijk dat met de enorme hoeveelheden financieel kapitaal die worden toegelegd op de Ubers van deze wereld.23Evgeny Morozov, Cheap cab ride? You must have missed Uber’s true cost The Guardian, 31 januari 2016.

 

Een interessant en innovatief model dat voor het eerst in de Amerikaanse stad Cleveland gebruikt is en waar vooral het Britse Preston veel successen mee boekt, staat bekend onder de naam Community Wealth Building. Hoewel deze aanpak tot nu toe vooral is toegepast op ‘gewone’ coöperaties, zou het ook voor platformcoöperaties interessant kunnen zijn. Preston voorziet startende coöperaties bijvoorbeeld van huurloze accommodaties, daarbij financieel ondersteund door de Open Society Foundation.24In an era of brutal cuts, one ordinary place has the imagination to fight back The Guardian 6 maart 2019 In het Verenigd Koninkrijk wordt ook nagedacht over een nieuw publiek financieringsmodel, de zogenaamde Public Common Partnerships, waarbij de lokale overheid gezamenlijk met een commons-initiatief voor financiering zorgdraagt.

Inmiddels heeft het Britse Nesta – een organisatie die innovaties voor het algemeen belang ondersteunt – een voorstel gedaan om platformcoöperatieven na de initiële investering levend te houden: institutionele investeerders kunnen langzaam worden uitgekocht en het eigenaarschap kan helemaal worden overgebracht op de stakeholders. Hiertoe is een nieuwe soort aandeel bedacht: mutual shares. Deze financieringsstructuur komt erop neer dat mensen die een relatie hebben tot het product (denk aan werkers of afnemers) een aandeel kunnen kopen dat ze niet kunnen verkopen of weggeven, maar wel voor een bepaald bedrag kunnen teruggeven aan de coöperatie. Via de herinvestering van dividenden kan de coöperatie langzamerhand toewerken naar een totaaleigenaarschap door stakeholders.25Simon Borkin, Platform co-operatives – solving the capital conundrum. Nesta, Co-operatives UK februari 2019, p28-34

 

Uit de jungle?

De tijdreizigster aan het begin van dit artikel sprong over vijftien jaar en een crisis heen om een stad terug te vinden die inmiddels overwoekerd was geraakt door platforms. Publieke instituties zijn als een slecht onderhouden huis geworden, overweldigd door internationale commerciële platforms met mooie beloften rond de deeleconomie, maar met giftige resultaten voor de samenleving. Stel dat ze nogmaals in haar tijdmachine stapt, om door te gaan naar het Amsterdam van 2034, hoe zou dat er dan uitzien? Is het publieke gebouw dan inmiddels geheel vervallen, volledig overgroeid door een commerciële, geld slurpende jungle met alle gevolgen van dien? Of hebben Amsterdammers de platformtechnologie kunnen inzetten op een manier waarop ze maximaal van profiteren? Hebben de stadsbewoners het heft weer zélf in handen genomen en de publieke ruimte terugveroverd op het door financiële bubbels gevoede grootkapitaal?

 

Wat is en doet platformkapitalisme?

Het platformkapitalisme is niet helemaal nieuw. Het kan gezien worden als het resultaat van de populaire trends van outsourcing, ‘lean’ bedrijfsvoering uit de jaren ’70 en ‘80, en de politieke verzwakking van arbeid ten opzichte van kapitaal. Een platform is een digitale omgeving waarop verschillende groepen aanbieders van diensten en consumenten bij elkaar worden gebracht waardoor zogeheten frictiekosten sterk worden verlaagd. Voor gebruikers is een platform dus alleen interessant als ze daar (snel) veel anderen kunnen vinden. Hoe meer mensen er op een platform zitten, hoe waardevoller dat platform is en hoe meer nieuwe mensen dit platform vervolgens zal aantrekken. Via deze netwerkeffecten neigen platforms naar monopolisering. Dit is ook de belofte waarmee platforms enorme hoeveelheden investeringskapitaal aantrekken: met die initiële investering kan een monopoliepositie worden opgebouwd in een bepaalde sector, die in een later stadium tot grote winsten zou moeten leiden (denk aan muziekplatform Spotify, dat overigens al jaren verlies maakt).
Algoritmes voor de markt
Om zoveel mogelijk gebruikers aan te trekken maken platforms meestal gebruik van kruissubsidiëring: de ene groep klanten subsidieert de andere groep. Bij Facebook financieren adverteerders de gewone Facebook-gebruiker die het platform ‘gratis’ mag gebruiken.26Helemaal gratis is het natuurlijk niet, want de gebruiker ‘betaalt’ met zijn data. Bij Deliveroo financieren klanten en restaurants de maaltijdbezorgers.
Ook zijn platforms geen neutrale marktplaatsen, maar proberen ze via regels en algoritmes de markt aantrekkelijk te maken voor hun gebruikers. Zoals Uber-surge, een vorm van gamification in de Uber-app die probeert via een prijsmechanisme te stimuleren dat klanten ook op drukke momenten niet te lang op een taxi hoeven te wachten (ook al betalen ze dan meer).
Platforms kenmerken zich vanwege de drang naar monopolisering door lock-inmechanismen die het bestaande werkers of klanten moeilijk maken over te stappen naar een ander platform. Zoals de ratingsystemen bij Uber en Deliveroo: een platformwerker kan zijn rating niet meenemen naar een ander platform. Ook bieden sommige platformen een omgeving aan waarin bijvoorbeeld andere bedrijven hun eigen apps of pagina’s kunnen bouwen, denk bijvoorbeeld aan Facebook.27Nick Srnicek, Platform Capitalism (Cambridge 2017) p43-48.
Schaduwtekst
Het belangrijkste kenmerk van platforms is het ‘mijnen’ en gebruiken van data. Data is de belangrijkste grondstof, de olie van deze industrie. Iedereen die actief is op platforms genereert enorme hoeveelheden data, en de platforms zijn erop ingericht om zoveel mogelijk data te extraheren. Onderzoekster Shoshana Zuboff, hoogleraar aan de Harvard universiteit en auteur van onder meer The Age of Surveillance Capitalism, spreekt over ‘twee teksten’ van en over onszelf die beiden rondwaren op het internet.28Shoshana Zuboff, The age of surveillance capitalism. The fight for a human future at the new frontier of power (Londen 2019) p186-187. Zo hebben we onze eerste, zichtbare tekst: de informatie die we zelf over ons leven prijsgeven aan de platforms. De foto’s die we posten op ons Instagram-profiel, de tekst die we schrijven in Gmail.
Daarnaast is er de tweede tekst of shadow text: de onzichtbare data die over ons allemaal bestaat en die bijgehouden wordt door de platforms. Informatie die via machine– en deep learningtechnieken uit gedrag van gebruikers wordt gedestilleerd. Hoe lang en hoe vaak iemand online is. Vanaf welke plek iemand inlogt. Klikgedrag. De snelheid waarmee een gebruiker typt of scrollt. De interpretaties die de algoritmes geven op basis van al die data worden gematcht met data van heel veel andere gebruikers. Zo kunnen de adverteerders op het Facebook-account van een vrouw al heel vroeg weten dat ze zwanger is.29F. Salim, S. Kanher en S. Loke ‘Your period tracking app could tell Facebook when you’re pregnant – an ‘algorithmic guardian’ could stop it’, The Conversation, February 27, 2019 Deze tweede tekst is een machtig instrument, maar is niet in handen van de gewone burger, zelfs onzichtbaar voor die burger.
In het belang van de klant
Het absolute goud is niet alleen om alles te weten over klanten, om te zien hoe het beste geadverteerd kan worden, maar ook hoe klanten het beste geprikkeld, genudged, gemanipuleerd kunnen worden in de richting van een bepaald verdienmodel. Verzekeraars staan te springen om de data van de gezondheidsapps op ieders telefoon om daaraan gekoppelde aanbiedingen te doen en zo de risico’s van een polis zo laag mogelijk te houden. Zo biedt verzekeraar Menzis via zijn programma Samengezond een app aan waarin gebruikers punten kunnen sparen die vervolgens kortingen opleveren op allerlei producten. Volgens zeggen van de verzekeraar uiteraard in het belang van de klant. Tussen platforms en de gebruikers van platforms heerst dus een grote informatie-asymmetrie, waar de eersten handig van gebruikmaken.
Autonome auto’s
Zoals er competitie is om schaarse oliebronnen, zo is er bij platforms ook competitie om het ‘mijnen’ van data. Elke interface met een gebruiker is een potentiële bron van meer gegevens. Vandaar dat platforms soms vreemde overnames doen die op het eerste gezicht ver af lijken te staan van hun core business: Google die de Nest-thermometer aankoopt of zich richt op de ontwikkeling van autonome auto’s of een besturingssysteem voor een mobiele telefoon (Android). Grote platformbedrijven als Amazon, Alphabet (het bedrijf achter Google), Microsoft en Facebook krijgen daardoor een productcatalogus die steeds meer op elkaar gaat lijken. Zowel Microsoft als Google bieden bijvoorbeeld een operating system aan (Windows en Android) en een pakket met kantoorapplicaties (Microsoft Office en Gsuite).
Uiteindelijk gaat het deze bedrijven om grote hoeveelheden data binnen te halen en te verwerken, en dat kan zich in elke denkbare bedrijfstak voltrekken. Zo ontwikkelen de platforms complete ecosystemen waar ze de gebruikers zoveel mogelijk binnen willen houden en niet willen laten overlopen naar de concurrent: denk aan Apple met zijn eigen appstore en besturingssystemen en Google’s Android.
Zelfpromotie
Een maatschappelijk effect van veel platforms is dat steeds meer activiteiten die voorheen buiten de markt functioneerden ineens tot een markt worden gemaakt. Bijvoorbeeld een woning aan logeergasten ter beschikking stellen is nu Airbnb, of gereedschap uitlenen gaat via Peerby. Dit proces van commodificatie heeft ook effect op individuen: mensen worden gedwongen tot zelfpromotie.30José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal, De platformsamenleving. Strijd om publieke waarden in een online wereld, p44-47. Een voorbeeld is de systematiek met ratings bij Uber. Natuurlijk, taxiritten zijn altijd al commercieel geweest, maar het algoritme van Uber dwingt taxichauffeurs ook nog eens om zichzelf als product aan te bieden, met alle mogelijk vernederende consequenties van dien.