Direct naar tekst van: Proeftuin Amsterdam: de coöperatieve wijkeconomie & commons

De 99 van Amsterdam website

Proeftuin Amsterdam: de coöperatieve wijkeconomie & commons

De stad is van iedereen… het lijkt zo vanzelfsprekend, en Amsterdam is aantrekkelijk. Veel mensen komen hiernaartoe om te wonen, te werken, vakantie te vieren. Ondertussen is de stad de afgelopen decennia minder en minder van iedereen geworden.

Steeds meer is omgezet in verhandelbare waar. Zo zijn huizen speculatie-objecten geworden voor grote investeerders, worden brughuisjes verhuurd als hotelkamers, zijn parken festivallocaties. Dat paste in de logica dat als je iets aan de markt overlaat, je aan efficiëntie wint en dit iedereen ten goede zal komen. Deze mythe verliest met de dag aan kracht.

Samenspel

In het huidige economische systeem is de markteconomie, de praktijk van kopen en verkopen, dominant. Dat geldt bijvoorbeeld voor energie of drinkwater: zij zijn gemeengoed, een basisbehoefte voor iedereen, maar worden geëxploiteerd door grote particuliere bedrijven. De andere kant is: sociale activiteiten als opvoeding, informele zorg en buurtwerk tellen niet volwaardig mee in dit systeem, omdat ze geen winst opleveren.
Hiertegenover staat een groeiende beweging van initiatieven die het gemeengoed, het publieke belang voorop stellen. In Amsterdam, net zoals in heel Europa en ver daarbuiten, hechten steeds meer mensen steeds meer waarde aan solidariteit, samenwerking, gemeenschappelijkheid. Zij zijn de voorlopers van wat we in Amsterdam de coöperatieve economie noemen.
Voor de coöperatieve economie is geen blauwdruk en dit alternatieve systeem krijgt overal een andere vorm – wel zijn er basale uitgangspunten. Zo is een coöperatieve economie vaak lokaal geworteld, in een stad of wijk. Het gaat echt uit van de behoeften, wensen, dromen en belangen van alle mensen, in plaats van winst voor enkelen, en streeft naar rechtvaardige en duurzame opbrengsten.

Samenspel

Energie, drinkwater, de publieke ruimte, huisvesting, de natuur, frisse lucht, zorg en welzijn, onderwijs en scholing, openbaar vervoer … het zijn allemaal diensten en basisbehoeften van ieder mens die we als gemeengoed kunnen zien, in plaats van als handelswaar of grondstof voor winst.
In de coöperatieve economie kunnen deze basisbehoeften of hulpbronnen democratisch beheerd worden door een gemeenschap: een commons. Een commons is een zelf-organiserend sociaal systeem, zonder veel inmenging van overheid of markt. Een commons is ook meer: het is een samenspel van mensen, goederen of hulpbronnen en een praktijk van delen, wederkerigheid en democratisch beheer. Nobelprijswinnaar voor de Economie Elinor Ostrom beschrijft een commons als ‘een goed of hulpbron in gezamenlijk eigenschap en beheer’. Eindgebruikers scheppen gezamenlijk waarde met behulp van een gedeelde hulpbron. De waarde wordt dan ook groter, meervoudiger: voor individuen, voor de groep, voor de omgeving én voor de hulpbron.

Wederkerige mens

In de coöperatieve economie zijn de commons een belangrijk pijler. In de commonsaanpak dragen we van onderaf en buurtgericht met elkaar zorg voor gedeelde hulpbronnen. Commons versterken het sociale weefsel van buurten en steden, ze dragen bij aan de integratie van nieuwkomers, ze helpen van eenzaamheid en depressie te verminderen. Collectieven die lokaal alternatieve energie produceren, geven steden een extra impuls in de overgang naar duurzame energie. Commons die financiële waarde toevoegen, zorgen dat deze terugvloeit naar de gemeenschap, wijk of stad, in plaats van geld dat weglekt naar aandeelhouders ver weg.
Er zijn geen commons zonder activiteit, geen commons zonder commoning. Deze praktijk moedigt ieder aan om haar eigen kracht te ontwikkelen, deel te nemen aan het sociale leven en samen te werken rondom gedeelde waarden en belangen. Commoning gaat over sociale waarde creëren in plaats winst maken en om bijdragen in plaats van uitputten. Daarvoor is een cultuuromslag, een omslag in denken nodig: van individu naar collectief, van de economische mens naar de wederkerige mens, van winst naar waarde.

Gemeengoed

Amsterdam kent al commons in vele vormen. Sommige initiatieven noemen zich zo, andere zijn niet bekend met het concept maar zijn het in de praktijk wel. Er zijn energiecollectieven die gezamenlijk zonne- of andere duurzame energie genereren voor hun blok of buurt. Bewoners beheren gezamenlijk buurthuizen, parken en moestuinen. Er zijn allerlei coöperaties: woon- en werkcoöperaties, voedselcoöperaties, zorgcoöperaties. Sommige zijn zelfvoorzienend, andere maken gebruik van subsidies of krijgen andere financiering.

Energie, voedsel, zorg en kennis of data zijn vier belangrijke ‘takken’ die een andere vorm krijgen in een coöperatieve economie.

Energie als gemeengoed

Energie is als een gemeengoed te beschouwen en als een commons te beheren – dat biedt kansen voor de opwekking, distributie en het gebruik ervan. Door een coöperatief en democratisch organisatiemodel worden burgers energieproducenten en -consumenten tegelijk, en mede-eigenaren van de energiebron, het beheer, de infrastructuur en de resultaten en opbrengsten.
De lokale overheid kan een grote rol spelen om energiedemocratie te stimuleren. Door zulke energiecollectieven te faciliteren, ermee samen te werken in publiek-civiele partnerschappen, of door het energienetwerk en de -levering samen met burgers weer in eigen handen te nemen, zogeheten remunicipalisatie. In Duitsland zijn al honderden voorbeelden van gemeentelijke energienetwerken, en energiecollectieven wekken 30 procent van de hernieuwbare energie op.
Amsterdamse energiecollectieven zijn bijvoorbeeld Meer Energie dat warmteoverschot uit data centers haalt, Ecostroom.nu met gezamenlijke zonnepanelen door en voor buurt, Amsterdam Energie met lokaal opgewekte duurzame energie en Westerlicht dat energie-overschot uit de Sloterplas wil halen.

Voedsel als gemeengoed

Eten we als buren wel eens samen? Geven we recepten door van ouder op kind? Kennen we de boeren die ons eten maken, of de mensen die het ons verkopen of voorschotelen? Voedsel is een graadmeter van ons maatschappelijk welzijn. Bovendien is een bord eten een mensenrecht en basisbehoefte.
De huidige voedselproductie – en zeker de intensieve veeteelt voor vleesproductie – betekent een enorme aanslag op het milieu, en maakt dat we makkelijk voedsel verspillen. Bovendien leidt de hiërarchische voedselketen, met de machtige supermarkten aan de top, tot ongelijkheid waarbij boeren gedwongen worden voor heel weinig geld te produceren.
Wanneer we onze voedselvoorziening als een systeem en een basisbehoefte zien in plaats van verhandelbare waar, geeft dit een heel ander perspectief. In een coöperatieve economie kunnen boeren, afnemers, vervoerders, verwerkers en huishoudens samen zeggenschap hebben over het eigen lokale voedselsysteem. Stadslandbouw, circulaire voedselinitiatieven en voedselcoops zijn al bouwstenen van zo’n systeem.

Zorg als commons

Zorg en welzijn zijn handelswaar geworden, iets wat je kunt kopen. En behandelingen leveren geld op. Het huidige zorgsysteem is er dus niet bij gebaat om ziektes, eenzaamheid, uitsluiting of depressie te voorkomen: met iets wat niet gebeurt, valt immers niets te verdienen. Maar als je gezondheid en maatschappelijk welzijn ziet als een gemeengoed, als een algemeen publiek belang, en als je het voorkomen en behandelen van ziekte als iets wat intergraal in onze maatschappij verweven kan zijn, dan kunnen we ook zorg op een andere manier zien. Dan gaan zorg en welzijn over hoe we samenleven, over relaties in plaats van een transacties.
Voorbeelden zoals Buurtzorg, wijkcoöps, informele zorg en stadsdorpen geven hier al vorm aan. In de informele zorg gaat het vaak ook om buren die elkaar activeren en elkaars kracht aanspreken. In zulke vormen staan de rollen van zorgvrager en zorggever niet vast: iedereen kan iets, iedereen heeft iets om bij te dragen.

Kennis en data als commons

Kennis is bij uitstek iets wat we met zijn allen produceren, en alle kennis bouwt op andere kennis voort. Wetenschap is altijd een collectieve exercitie geweest, waarin onderzoekers voortbouwden op het werk van hun voorgangers. De afgelopen eeuwen hebben overheden vele miljarden gestopt in universiteiten, onderzoek en kennisproductie.
Inmiddels is kennis een van de meest verhandelbare ‘goederen’ geworden en de vruchten van die kennis zijn geprivatiseerd met behulp van intellectueel eigendomsrechten. Zo komt veel kennis bijvoorbeeld bij grote uitgevers of de farmaceutische industrie terecht, zo zijn wetenschappelijke artikelen voor velen niet toegankelijk, en medicijnen zijn te duur geworden. De overtreffende trap wordt geleverd door de grote databedrijven – Google, Apple, Amazon, Facebook, Microsoft – die zich informatie over en van miljarden burgers toeëigenen en weer verkopen.
Daartegenover bestaat een sterke beweging van open source software, open knowlede, open access en data commons. Die beweging gaat uit van het principe dat kennis, zoals data en software, van iedereen is en ook gedeeld moet en kan worden. Zoals de encyclopedie die volledig open en collectief tot stand komt en waar iedereen toegang toe heeft: Wikipedia.

Experimenten

Het economische proces dat de belangen, dromen, behoeften en mogelijkheden van álle mensen weerspiegelt, wordt ook wel democratisering van de economie genoemd. In dit alternatieve systeem werk je voor elkaar, niet om winst te behalen. Het gaat ook verder dan het herverdelen van welvaart, want het verdeelt ook gelijkwaardig de middelen die nodig zijn om welvaart voor iedereen te scheppen.
Andere landen kennen al vormen van een coöperatieve economie. In het Canadese Quebec is al dertig jaar ervaring opgedaan met wat daar sociale en solidariteitseconomie heet, die inmiddels zo’n 15 procent van de totale economie beslaat. In Catalonië, Spaans Baskenland en Emilia Romagna in Italië bestaat een grote coöperatieve economie. Blauwdrukken bestaan niet, experimenteren is nodig. Juist omdat het een lokaal geworteld systeem is, en omdat behoeften en verlangens van bewoners in de ene stad verschillen met een andere stedelingen.
Een alternatief economisch systeem in Amsterdam zal botsen met gemeentelijke, nationale en Europese regels. Dan is een lokale overheid nodig die zich ook hard maakt voor rechtvaardiger nationale en Europese regels. Die zijn immers nog gebaseerd op oude economische spelregels – de coöperatieve economie en het perspectief van de commons zetten aan om die te veranderen.

.